Inhoudsopgave
Soms voel je je de hele dag geïrriteerd, terwijl er eigenlijk niets aan de hand is. Althans, niets aanwijsbaar. Geen grote tegenslag, geen conflict, geen crisis. Toch zit er een soort spanning in je lichaam die je niet goed kunt plaatsen. Je bent sneller geprikkeld, je hoofd is voller dan logisch lijkt, en halverwege de middag ben je op een manier moe die je niet goed begrijpt.
Een optelsom van kleine dingen
Die vermoeidheid kan veroorzaakt worden door microstress, een begrip dat de afgelopen jaren steeds vaker opduikt in moderne stresspsychologie. Het is een relatief nieuw als woord, maar het fenomeen zelf wordt al decennia onderzocht onder namen als daily hassles, minor stressors en micro-interruptions. Het gaat om de optelsom van kleine dingen die ons dagelijks stress opleveren.
Microstress gaat dus niet over die ene grote stressor waar je jaren later nog over praat, maar over al die mini-prikkels die zich verstoppen in je dag. Bij voorbeeld bij mij kunnen dat appjes zijn die binnenkomen, iemand die me onderbreekt met “hé heb je even?”, of mijn actieve peuter die om de haverklap komt kijken wat ik aan het doen ben. Soms leuk, maar als ik geconcentreerd aan het schrijven kan het behoorlijk irritant zijn.
Of de rommel in de woonkamer die mijn blik telkens net iets te lang vasthoudt, een onduidelijk antwoord van iemand in WhatsApp waar ik in blijf hangen, dat wachtwoord wat ik had veranderd maar niet meer kan vinden. Nou ja, op zich dus allemaal kleine dingen, microstressors, maar er zijn dagen dat ik er wel moe van wordt.
Het doet zich niet altijd voor. Soms als mijn zoontje, wankelend op zijn kromme beentjes, naar mijn werkkamer komt trek ik hem vertederd op schoot en mag hij op het toetsenbord tikken. Of ik ruim snel een beetje op tijdens het koffiezetten, zo gedaan en no stress. Dus in die zin heeft microstress ook iets onvoorspelbaars.
Waarom herkennen we het zo slecht?
Microstress gedraagt zich anders dan grote stressoren. Grote stress piekt, je weet wanneer het zich voordoet. En, nog belangrijker, je kunt het benoemen. "Pfiew, dat was even stressen om die deadline te halen." Microstress heeft geen duidelijke piek. En, zoals de bezoekjes van mijn peuter aan mijn werkkamer, is een prikkel soms stressvol soms juist prettig. De momenten zelf zijn het daarom eigenlijk, in jouw ogen, niet waard om te benoemen.
Maar van microstress kun je net zo uitgeput raken op een dag als de stress van een naderende deadline. Want of de stressor nou groot of klein is, je stressreactie is dezelfde, al duurt het maar kort het vreet wel mentale brandstof.
Hoe merk je dat microstress zich ophoopt?
Het maakt het ook lastig om over te praten. Je kunt een burn-out bespreken, een conflict, een te hoge werkdruk. Maar zeggen “ik ben moe van alles bij elkaar” voelt vaak klungelig. Totdat je het woord microstress kent. Dan valt misschien het kwartje: het ligt aan de kleine prikkels die zich opstapelen.
Je merkt het in gedrag. Je komt minder makkelijk in focus. Je voelt je niet uitgerus bij het opstaan. Je hebt een korter lontje dan normaal. Je ademhaling zit net iets hoger. Je zoekt vaker naar “even rust”. Kortom je ontwikkelt dezelfde stressklachten als die door 'gewone' stressoren wordt veroorzaakt.
Wat kun je ermee?
Alleen al het (h)erkennen van microstress kan je helpen. Je realiseert je dat je systeem iets heel normaals probeert te vertellen: dat je de belasting door de dag heen niet goed kunt verwerken. Vanaf dat moment heb je invloed. Niet door rigoureuze veranderingen, maar door kleine aanpassingen die microstress minder kans geven om zich op te stapelen. Even een stap op de plaats, een korte wandeling misschien, koffie halen. Of maak het even bespreekbaar met een collega. Korte pauzes inlassen. Een omgeving die niet voortdurend nieuwe prikkels aanlevert. Berichten op je mobiel die je alleen bekijkt als jij eraan toe bent. Vaak met simpele ingrepen kun je microstress behoorlijk terugdringen.
Bronnen
- Cross, R. & Dillon, K. (2023). The Microstress Effect. Harvard Business Review Press.